Botsende karakters komen niet alleen in deze voorstelling voor, maar ook in de klas en de (thuis) omgeving. Ga in op het hanteren van conflicten, d.m.v. bijvoorbeeld een kring gesprek of een drama spel.

Denk hierbij aan de verschillen tussen de kinderen en recente voorvallen in de klas. Hoe kwam dit? Wat heb je toen gedaan? Hoe zou je het ook op kunnen lossen? Speel dit uit en kom er tijdens klasse situaties op terug.

Vraag de kinderen wat ze het leukst vonden om te doen (dansen/ zingen/ spelen). Hierbij kan de boomhut (in de kring of in een hoek) een leuk uitgangspunt zijn om de kinderen zelf iets te laten verzinnen. In mijn hut doe ik alsof… Misschien kunnen ze daar zelf wel een lied of een dans bij maken!

De ‘drollendans’ is heel makkelijk om in de speelzaal te doen. Deze kun je aanpassen op allerlei thema’s. Bijvoorbeeld zwarte piet die zijn pepernoten in de tuin moet opruimen. (Toen kwam er een grote sneeuwstorm en alle pepernoten vlogen door de lucht…)

Na de voorstelling wordt het thema lied Poepende Piraten in tekst en muziekschrift aan de leerkracht gegeven. Er bestaat dus de mogelijkheid dat in de klas nog eens te zingen.